PVI. PROGRAMMA VAN IDENTITEIT
Methodiek voor duurzame projectontwikkeling
Aanleiding
Bij de ontwikkeling van bouwprojecten, of het nu een interieur is voor een particulier of een wijk voor een woningbouwcorporatie, zijn er altijd meerdere partijen actief die samen het eindproduct moeten vormgeven. In die samenwerking tussen opdrachtgever, (interieur)architect, aannemer en in veel gevallen ook de gemeente brengt iedereen zijn expertise in, die in de meest ideale situatie een excellent resultaat oplevert voor alle betrokkenen.
Probleem
Een excellent eindresultaat betekent dat zowel de financiële, functionele als kwalitatieve doelstellingen zijn gerealiseerd en zo samen een harmonieus, duurzaam en breed gewaardeerd geheel vormen. Bij kleinschalige projecten is het aantal betrokkenen te overzien en zijn deze drie facetten nog redelijk beheersbaar. Maar naarmate de schaal van bouwprojecten groter wordt, stijgen ook de belangen en risico’s om daarin te participeren en de impact die het heeft op de ruimtelijke omgeving en de beleving daarvan. In het ontwikkelingsproces kunnen de verhoudingen tussen de drie pijlers zwaar onder druk komen te staan. De kans is groot dat de financiële, functionele of kwalitatieve doelstelling leidend wordt waardoor het eindresultaat uit balans raakt. Met als gevolg veel te krap geplande en monotone woonwijken, troosteloze industrieterreinen, systeemplafond gedomineerde kantoorgebouwen, speelkooien voor kinderen waarbij het spelelement totaal ondermijnd wordt of het tiende icoon voor de stad die als een driedimensionaal logo zijn omgeving probeert te overschreeuwen. Een project rendeert wellicht eenmalig maar is vanaf dan in handen van de markt en hoe groter de disharmonie en het ontbreken van de relatie met de omgeving, hoe sneller het verval zijn intrede doet met in het ergste geval leegstand en sloop tot gevolg.
Inzicht
In de praktijk lijken de kwaliteitsdoelstellingen vaak als eerste onder druk te komen te staan. De financiële en functionele doelstellingen zijn meetbaar en om te zetten in het eisenpakket naar de architect, het PVE (Programma Van Eisen). Maar hoe meet je de waardering voor hoge plafonds, de groenvoorziening in een wijk of de esthetiek van de juiste bouwmaterialen of detaillering van de gevel? Hoe definieer je kwaliteit en hoe breng je die in balans met de financiële en functionele doelstellingen? Kortom hoe rendeert en functioneert kwaliteit? Voor het antwoord hierop dienen we te erkennen dat kwaliteit per definitie een onberekenbaar en dus subjectief begrip is. Het woord is ontleend aan het Latijnse qualitas wat staat voor “eigenschap”. In haar huidige betekenis benadrukt het de mate waarin iets goed is. Dat waardeoordeel is sterk afhankelijk van de context; de tijdsgeest, de cultuur, de omgeving, de persoonlijke smaak. Pas als die context goed en volledig in kaart is gebracht, kun je een specifieke uitspraak doen over de kwaliteitsdoelstellingen.
Oplossing
Om de context structureel in kaart te brengen dient voor het PVE (Programma Van Eisen) en het PVA (Plan Van Aanpak) ook een PVI opgesteld te worden. Het PVI staat voor het Programma Van Identiteit. Door de gehele context in de breedte te onderzoeken, analyseren en definiëren in een identiteitshandboek wordt de volle potentie van een project blootgelegd. De kwaliteitsdoelstellingen kunnen zo specifiek worden gemaakt, volwaardig meewegen en wederzijds afgestemd worden op de functionele en financiële doelstellingen.
Resultaat
Doordat de meest elementaire uitgangspunten bij aanvang van het project inzichtelijk zijn, is het gehele ontwikkelinsgproces als opdrachtgever veel beter stuurbaar. Alle samenwerkende partijen kunnen inhaken op de gezamenlijke ambitie en binnen de gestelde kaders hun expertise optimaal inzetten. Zo wordt niemand meer gedwongen voort te borduren op reeds achterhaalde successen maar kan het innovatieve vermogen echt ingezet worden om waardeontwikkeling over de gehele linie te realiseren. Met als resultaat onderscheidende en aantrekkelijke bouwprojecten die bijdragen aan een betere levenskwaliteit en zo een duurzame investering zijn voor zowel de verkopende als de aankopende partij.
Mark Rooker
Identity Director
Methodiek voor duurzame projectontwikkeling
Aanleiding
Bij de ontwikkeling van bouwprojecten, of het nu een interieur is voor een particulier of een wijk voor een woningbouwcorporatie, zijn er altijd meerdere partijen actief die samen het eindproduct moeten vormgeven. In die samenwerking tussen opdrachtgever, (interieur)architect, aannemer en in veel gevallen ook de gemeente brengt iedereen zijn expertise in, die in de meest ideale situatie een excellent resultaat oplevert voor alle betrokkenen.
Probleem
Een excellent eindresultaat betekent dat zowel de financiële, functionele als kwalitatieve doelstellingen zijn gerealiseerd en zo samen een harmonieus, duurzaam en breed gewaardeerd geheel vormen. Bij kleinschalige projecten is het aantal betrokkenen te overzien en zijn deze drie facetten nog redelijk beheersbaar. Maar naarmate de schaal van bouwprojecten groter wordt, stijgen ook de belangen en risico’s om daarin te participeren en de impact die het heeft op de ruimtelijke omgeving en de beleving daarvan. In het ontwikkelingsproces kunnen de verhoudingen tussen de drie pijlers zwaar onder druk komen te staan. De kans is groot dat de financiële, functionele of kwalitatieve doelstelling leidend wordt waardoor het eindresultaat uit balans raakt. Met als gevolg veel te krap geplande en monotone woonwijken, troosteloze industrieterreinen, systeemplafond gedomineerde kantoorgebouwen, speelkooien voor kinderen waarbij het spelelement totaal ondermijnd wordt of het tiende icoon voor de stad die als een driedimensionaal logo zijn omgeving probeert te overschreeuwen. Een project rendeert wellicht eenmalig maar is vanaf dan in handen van de markt en hoe groter de disharmonie en het ontbreken van de relatie met de omgeving, hoe sneller het verval zijn intrede doet met in het ergste geval leegstand en sloop tot gevolg.
Inzicht
In de praktijk lijken de kwaliteitsdoelstellingen vaak als eerste onder druk te komen te staan. De financiële en functionele doelstellingen zijn meetbaar en om te zetten in het eisenpakket naar de architect, het PVE (Programma Van Eisen). Maar hoe meet je de waardering voor hoge plafonds, de groenvoorziening in een wijk of de esthetiek van de juiste bouwmaterialen of detaillering van de gevel? Hoe definieer je kwaliteit en hoe breng je die in balans met de financiële en functionele doelstellingen? Kortom hoe rendeert en functioneert kwaliteit? Voor het antwoord hierop dienen we te erkennen dat kwaliteit per definitie een onberekenbaar en dus subjectief begrip is. Het woord is ontleend aan het Latijnse qualitas wat staat voor “eigenschap”. In haar huidige betekenis benadrukt het de mate waarin iets goed is. Dat waardeoordeel is sterk afhankelijk van de context; de tijdsgeest, de cultuur, de omgeving, de persoonlijke smaak. Pas als die context goed en volledig in kaart is gebracht, kun je een specifieke uitspraak doen over de kwaliteitsdoelstellingen.
Oplossing
Om de context structureel in kaart te brengen dient voor het PVE (Programma Van Eisen) en het PVA (Plan Van Aanpak) ook een PVI opgesteld te worden. Het PVI staat voor het Programma Van Identiteit. Door de gehele context in de breedte te onderzoeken, analyseren en definiëren in een identiteitshandboek wordt de volle potentie van een project blootgelegd. De kwaliteitsdoelstellingen kunnen zo specifiek worden gemaakt, volwaardig meewegen en wederzijds afgestemd worden op de functionele en financiële doelstellingen.
Resultaat
Doordat de meest elementaire uitgangspunten bij aanvang van het project inzichtelijk zijn, is het gehele ontwikkelinsgproces als opdrachtgever veel beter stuurbaar. Alle samenwerkende partijen kunnen inhaken op de gezamenlijke ambitie en binnen de gestelde kaders hun expertise optimaal inzetten. Zo wordt niemand meer gedwongen voort te borduren op reeds achterhaalde successen maar kan het innovatieve vermogen echt ingezet worden om waardeontwikkeling over de gehele linie te realiseren. Met als resultaat onderscheidende en aantrekkelijke bouwprojecten die bijdragen aan een betere levenskwaliteit en zo een duurzame investering zijn voor zowel de verkopende als de aankopende partij.
Mark Rooker
Identity Director
